Ik heb dus ik ben

Ik heb een heel mooi blousje, hij is van zijde en past goed bij mij en mijn huid.

Zacht roze kleur, warme tint. Een warme uitstraling. Ik voel me goed.

Het blousje geeft mij wie ik ben. Ik ben mijn blouse.

Zonder mijn blouse ben ik en voel ik mij kwetsbaar. Wie ben ik dan?

Ik heb, dus ik ben.

 

Ik heb een simpel shirtje, hij is van katoen.

De kleur past minder, ik ben minder mooi.

Ik voel me bevreemd maar niemand lijkt dit te zien, het leven gaat gewoon door.

Ik ben nog steeds, maar voel me iemand anders.

Ik heb minder, dus ik ben minder?

Niemand echter lijkt dit te vinden behalve ikzelf.

 

Terwijl de tijd verstrijkt heb ik meer spullen. Ik heb dus ik ben?

Ik heb meer, maar ben steeds minder.

Hopelijk is de tijd aangebroken voor minder hebben en meer zijn.